
Elke zomer hetzelfde liedje. Je googelt “kat drinkt niet genoeg” en binnen drie seconden lees je voor de honderdste keer: zet meerdere waterbakjes neer, niet bij het voer, en leg er een natte handdoek bij. Geweldig, dank je. Mijn kat kijkt naar dat tweede bakje water alsof ik haar een sollicitatieformulier heb voorgelegd, en gaat vervolgens gewoon weer bij de wc-pot liggen wachten tot ik klaar ben.
En eigenlijk is dat hele drinkprobleem helemaal niet zo gek. Katten stammen af van woestijndieren, en in het wild kregen ze het grootste deel van hun vocht gewoon binnen via hun prooi, een muis bestaat voor zo’n 70% uit water. Drinken was dus eigenlijk nooit het hoofdgerecht, hooguit een bijgerechtje dat ze er met tegenzin bij namen. Dat zwakke dorstgevoel zit er nog steeds in, ook al jaagt jouw kat allang niet meer op iets spannenders dan een opdwarrelend stofje.
Met deze hitte is dat best link. Dus hier komt mijn rijtje, opbouwend naar mijn persoonlijke favoriet, die je helemaal onderaan vindt. Bewaar die. Echt.
1. Eten en water? Uit elkaar, en wel hierom
“Zet het water niet bij het eten” hoor je overal, maar zelden waarom. In het wild drinken katten nooit vlak bij hun vangst, want daar kan het water besmet zijn geraakt. Stom genoeg zit dat instinct er nog steeds in, ook al heeft jouw kat haar laatste prooi waarschijnlijk uit een zakje Whiskas getrokken. Zet voer- en waterplekken dus letterlijk in andere kamers, en verspreid ze ook nog eens door het huis. Hoe meer plekken, hoe groter de kans dat ze ergens stiekem toch een slokje neemt.
2. Een drinkfontein, voor de dramaqueens onder de katten
Sommige katten drinken alleen als het water beweegt, want stilstaand water is blijkbaar “verdacht”. Een drinkfonteintje doet net of het een vrolijk beekje is, en is vaak dé oplossing voor die kat die het liefst rechtstreeks uit de douche drinkt. Je weet precies wie ik bedoel.
3. Gewoon. Een glas.
Soms is het antwoord beschamend simpel: geen plastic bakje, gewoon een glas. Plastic ruikt voor katten vaak vies, ook al merk jij er niks van. Glas of rvs ruikt nergens naar, en dat blijkt al een wereld van verschil te maken.
4. Geef je kat zijn eigen glas. Ja, echt.
Elvis drinkt het allerliefst uit mijn glas. Niet uit zijn eigen, hagelnieuwe, speciaal-voor-hem-gekochte bakje, nee, uit dat van mij. Ik heb de strijd opgegeven en hem gewoon zijn eigen glas gegeven, op mijn nachtkastje, naast het mijne. Klinkt belachelijk, werkt feilloos. Heeft jouw kat ook die voorkeur voor jouw glas? Geef hem zijn eigen exemplaar op een plek die voor hem net zo aantrekkelijk is. Probleem opgelost, ego van de kat volledig intact.
5. Vocht stiekem via het eten
Natvoer zit al snel op 70-80% water, brokken halen amper 10%. Blijft je kat toch liever bij brokken, week ze dan even. En bij natvoer kun je nog een stapje verder gaan: leng het aan met een scheutje water, zodat ze zonder het door te hebben gewoon wat extra vocht binnenkrijgt. Werkt ook prima met een liquid snack, even verdunnen voor je het geeft, klaar.
6. En dan, de tip waar het allemaal om draait: de vissenkom zonder vissen
Beloofd is beloofd. Zet een grote glazen kom neer met wat waterplantjes erin. Geen vissen, gewoon de planten, rustig aan. Katten houden van de smaak van “natuurlijk” water, zoals ze dat in het wild zouden tegenkomen, in plaats van dat steriele kraanwatersmaakje. Ik heb er zelf twee staan, en mijn katten kiezen daar altijd eerst voor. Geen idee waarom niemand dit doet, want het werkt gewoon.
Tot slot
Het gaat niet om hoeveel bakjes je neerzet, maar om hoe aantrekkelijk je dat water voor je kat maakt, en hoe goed je hun instincten begrijpt. Probeer een paar van deze tips, en wie weet wordt jouw notoire niet-drinker ineens een vaste klant bij de vissenkom zonder vissen. Ga je zelf een paar dagen weg? Dan houdt een kattenoppas aan huis het water vers terwijl jij er niet bent.